Dissemination information package (DIP)

Omschrijf het proces waarlangs gebruikers toegang krijgen tot het Dissemination Information Package (DIP) en hoe deze DIP is samengesteld.

 


Wat is een DIP?

Een DIP staat voor het informatiepakketje dat door de gebruiker opgevraagd en bekeken wordt.

Volgens het OAIS model is een DIP “the version of the information package delivered to the Consumer in response to an access request. The DIP concept emphasizes the fact that the information package disseminated by the OAIS to the Consumer may differ in form or content to that which resides in the archival store. Points of differentiation between the DIP and AIP may include, but are not limited to:

  • the format of the content (e.g., an image file might be converted from TIFF to JPEG prior to dissemination);
  • the amount of content (a DIP may correspond to one AIP, multiple AIPs, or even part of an AIP);
  • the amount of metadata supplied alongside the content (it is likely that the DIP will not contain the complete set of metadata associated with an archived digital object, since much of it is of little interest to the Consumer)”.

AIP staat op haar beurt voor Archival Information Package, het informatiepakketje dat geselecteerd is voor opname in het digitale archief. Dit informatiepakketje bevat:

  • Het voor opname geselecteerde digitale object en de representatie-informatie;
  • Informatie over de resultaten van de kwaliteitschecks (zoals de resultaten van een integriteitscheck met een checksum checker en de resultaten van de viruscheck);
  • Informatie over de rechten;
  • Een omschrijving van het informatiepakketje zelf. In die omschrijving staat bijvoorbeeld waar de verschillende onderdelen van het pakketje staan en hoe ze met elkaar samenhangen. Dat wordt in OAIS termen de ‘Package Information’ genoemd.

Bruikbaarheid van DIPs

De bruikbaarheid van een DIP is sterk afhankelijk van de manier waarop het materiaal is gepresenteerd: sommige gebruikers zijn tevreden met een moderne presentatie van een digitaal object, anderen worden het best bediend met een verscheidenheid aan DIPs (bijvoorbeeld zowel een separate website als een webcollectie). Als een organisatie van plan is om aan de eisen van de gebruikers te voldoen, dan zullen gepaste DIPs moeten worden ontwikkeld.


Wat zijn de risico’s als we niet omschrijven hoe we toegang willen verlenen tot het DIP?

De bruikbaarheid van digitale informatie is erg afhankelijk van de manier waarop de informatie wordt gepresenteerd aan de gebruikers. Als gebruikers niet tevreden zijn dan kan de organisatie haar waarde voor de samenleving verliezen.


Welke vragen kunnen wij onszelf stellen? 

  • Heeft onze organisatie beschreven hoe het digitale object gepresenteerd zou moeten worden aan de gebruikers?
  • Heeft onze organisatie beschreven hoe lang de digitale objecten gepresenteerd wordt aan de gebruikers?
  • Willen wij verschillende DIPs ontwikkelen voor verschillend publiek?
  • Welke velden tonen wij standaard in de DIP? Informatie over de maker, vindplaats (persistent identifier), toegangsrechten, enzovoort?
  • Heeft onze organisatie informatie nodig over de 'beste omgeving' om het digitale object te kunnen tonen?
  • Wil onze organisatie verschillende omgevingen binnen de gebruikersgroepen ondersteunen?
hoe verwoorden andere instellingen 'Dissemination information package'

DIPs staan gedocumenteerd in het Informatie-referentiemodel van Beeld en Geluid. Vanwege de grote variatie in gebruik en gebruikers is de samenstelling vooralsnog op een generiek niveau beschreven. De DIP-workflow begint standaard met authenticatie van de gebruiker, waarbij de autorisaties worden vastgesteld. Hierna volgt een verzoek om een bepaald type materiaal, bestemd voor een bepaald soort gebruik. Wanneer het systeem het verzoek toestaat, volgt uitlevering van de DIP. In het geval dat de volledige AIP wordt opgevraagd volgt een fixitycheck om te kunnen garanderen dat het materiaal goed is afgeleverd.

Wordt een transcode (ander formaat van file dan het opgeslagen formaat) of een partial restore (deel van een AIP, i.c. fragment van de AV-file en/of de bijbehorende metadata) aangevraagd, dan wordt de checksum van deze nieuwe versie door het systeem berekend en meegeleverd met het bestand. In het Informatiemodel is ook de toegangsworkflow generiek opgesteld zodat ‘een verzoek’ om uitlevering zowel om alleen ‘zoeken op metadata’ kan gaan als om het bestellen van een (deel van een) specifieke AV-file.

Citaties naar verwante werken worden in EASY aangeboden als standaardveld in het DIP (Dissemination Information Package).

De accessfunctionaliteit ondersteunt het toegankelijk, leesbaar en bruikbaar aanbieden van informatieobjecten, de afhandeling van informatie- en serviceverzoeken en enkele aggregatie-vriendelijke koppelingen voor consumer interfaces inclusief autorisatieschema’s. Vanuit de koppeling met het Collectie Beheer Systeem en de access workflow wordt in opvolgende stappen een DIP ter beschikking gesteld.

Afhankelijk van de designated community/gebruiker wordt op verschillende manieren de informatie beschikbaar gesteld, bijvoorbeeld via een viewer of downloadfunctionaliteit.

Het NA past ook een open standaard toe voor het ontsluiten en beschikbaar stellen van digitale archiefbescheiden (EAD). De relatie tussen de inhoudelijke metadata en het digitale bestand wordt geborgd door middel van een unieke identifier.